Speldenprikjes
Ik heb van de raad van beheer "de gouden erespeld" gekregen omdat ik me altijd inzette voor de gezondheid
en behoud van mijn ras. Een van de punten die in de toelichting genoemd werd was dat ik nooit te beroerd was
andere fokkers een handje te helpen. Vandaar dat ik graag mijn kennis met jullie wil delen.
Cockers zijn werkhonden, zou je niet zeggen als je kijkt naar die sul die daar naast je ligt, maar echt: cockers zijn “gemaakt” om wild
op te sporen door veel oppervlakte af te speuren en te apporteren. Voor dat apporteren is het belangrijk dat de cocker dat wild ook moet
kunnen dragen. Zo'n zware fazant of een haas tillen is een hele klus. Om zo'n beest (zonder te slepen) naar de baas te kunnen brengen
moet een cocker het wild goed kunnen tillen tijdens het lopen. Daarom moet een cocker zo gebouwd zijn dat hij een stevige voor- en achterhand heeft.
Nu zie je tegenwoordig ook veel cockers die veel hoeking achter hebben (je zou bijna zeggen overhoekt) maar aan de voorkant stijl zijn.
Dat zie je niet alleen als ze in showstand staan, maar ook als ze lopen. Terwijl de achterhand stuwt zie je dat de voorkant het niet bij kan
houden. Zijn voorlijf wordt omhooggeduwd door de stuwing van achter en de hond trekt zijn voorpoten ver op.
Daardoor gaat een cocker “steppen”: maar dan kom je eigenlijk nauwelijks vooruit. Dit is dus niet het gangwerk dat een cocker hoort
te hebben: een cocker moet veel en lang kunnen draven en veel grond beslaan om te kunnen snuffelen om zo het wild op te sporen.
Daarvoor heb je niet alleen een goed uithoudingsvermogen nodig, maar dus ook een goede bouw. Een cocker met een stijle schouder
kan ook het wild niet goed dragen, omdat hij als hij loopt zijn hoofd niet in zijn nek kan leggen. Als hij dus het wild zonder
te beschadigen in zijn bek neemt kan hij dat niet door zijn hoofd op zijn romp te dragen maar er voor.
Met het gevolg dat hij het wild goed moet vastpakken en niet kan dragen, om dat wat hij in zijn bek heeft niet te beschadigen.
Ook is een cocker een beetje lange hond. Is hij vierkant dan zou hij niet vanaf de schouders tot de grond en van schouders tot de staartaanzet zijn.
Tenslotte komt er ook nog een goede schouder voor en dat maakt dat de cocker toch wel ongeveer enige centimeters langer is dan hoog. De normale
hond word gemeten van het boegbeen tot net onder de staart "buttock" (als je keurmeester examen doet word dat verteld). Bij uitzonderingen word
dat aangegeven in de Rasstandaard zoals ook bij de Cocker. Dat maakt dat een cocker als hij een goede schuine schouder heeft als hij loopt dus
veel grond beslaat en ook goed de struiken in kan. Niet over de struiken
maar er door. Daar is hij voor gefokt.
Was afgelopen jaar in Malvern en heb op DE cockerspaniël show van Engeland, weer heel wat lekker bijgekletst. Wat me de laatste jaren
opvalt is dat de vachten van de cockers steeds onhandelbaarder worden: pluis in plaats van zijdezacht en veel. Ook collega fokkers hebben
daar last van: het showklaar maken van een cocker is zo'n beetje een dagen taak geworden (en laat ons minder tijd om lekker over onze
hobby te ouwebetten). Dus vandaar de actie: "we vote voor less coat".
Er is WEER een geval JRD in Engeland en WEER uit diezelfde afstamming als de Duitse drager van JRD (iedereen weet toch over wie we
het hebben, toch?). Je wordt er toch moedeloos van als je ziet en hoort dat toch nog steeds iedereen weer naar de afstamming van die reu
rent. Nu heeft iedere zichzelf respecterende fokker natuurlijk ook wel gehoord over die JRD-test van Dogenes. Die test beweert dat
JRD dominant is. Maar is het niet heel toevallig dat deze nierziekte voorkomt als bepaalde lijnen aan vaders- en moeders kant.
Dat riekt toch weer naar gewoon ouderwetse recessieve vererving net als FN waar we nou een DNA test voor hebben. Een geneticus zegt
dat het recessief is en ook de Zweedse onderzoekers die bezig zijn om dit gen (of genen) te vinden denken daar hetzelfde over. Toch weer
naar gewoon ouderwetse recessieve vererving net als FN (waar we gelukkig nu een DNA test voor hebben). Maar waar bij FN in het verleden
een goede fokker de vader, moeder en kinderen uit die combinatie uit de fok haalden (als er een geval uit een combinatie kwam) wordt er
nu gewoon mee doorgefokt. Laat staan dat je dit netjes meldt naar je mede fokkers die daar hun conclusie uit kunnen trekken.
Vroeger hadden de cockers korte staartjes, natuurlijk hadden ze wel lange wappers, maar met een dag of 3 werden ze kort gemaakt.
Als er dan een cocker werd geboren met een knikstaart was dat geen enkel probleem, je knipte het bewijs er gewoon af en geen haan
die daar naar kraaide. Gelukkig heb ik zelf nooit een hond aangehouden voor de fok met een knikstaart, maar net als iedere andere fokker
had ik ze natuurlijk ook. Er werd altijd geroepen dat knikstaarten geen probleem zijn voor de hond op zich en er geen last van hebben, dus
wie was ik om dat tegen te spreken. Nadat ik het artikel over knikstaarten van een gerenommeerde keurmeester had gelezen was ik toch
wel een beetje geschrokken, de link met andere afwijkingen zoals gespleten gehemelte, open ruggetjes en slokdarmproblemen had ik daarvoor nooit gelegd.
Tegenwoordig mag je met honden met een knikstaart blijkbaar gewoon op de show komen en wordt je gewoon gekwalificeerd: ik was een
tijdje geleden op een show daar liep een heel mooi hondje, maar wel met 4 knikken in de staart. Kreeg wel een 1 uitmuntend.
Dus geschikt voor de fok! Zijn dat de keurmeesters die daar op moeten letten!
In Engeland is er een hoop ophef over glaucoom, nu moet ik eerlijk zeggen dat ik nog nooit een cocker met glaucoom heb gezien of
gefokt (zover ik weet). Ik weet dat er in Engeland wel een stel moeten zijn anders gaan ze daar niet op testen , maar zelf heb ik er nog
niets mee van doen gehad. Dan kun je natuurlijk denken dan zal het wel niet zo'n vaart zal lopen. Ik heb het niet, dus hoef ik er ook niets
aan te doen. Maar die Engelsen zijn niet gek en hebben Goniodysgenesis op de A-lijst van oogafwijkingen gezet dat betekent dat een groep
wijze mannen geconcludeerd hebben dat het erfelijk is. Op dit moment zijn de serieuze fokkers in Engeland gaan testen Leek me dus een goed
moment om ook te gaan testen. Dus elke cocker die bij mij voor zijn jaarlijkse ogen test moet word ook met de gonioscopie getest
Nu had ik natuurlijk gehoopt dat het storm in een glas water zou zijn en dat al mijn honden vrij zouden zijn, maar bij de gonioscopie test bleek dat
wel enige van mijn honden een lichte afwijking hadden. Niet zo erg dat ze ooit echt glaucoom zouden krijgen, maar toch....
Probleem is alleen dat van alle reuen die tot nu toe getest zijn er maar eentje echt helemaal vrij is. Op zich een verontrustende gedachte,
lijkt me. Hoe zou dat zitten met alle andere fokkers?
Op dit moment is het Engelse beleid om een lijder te kruisen met een vrije hond, dus heeft Boeie (op dit moment de enige officieel goniodysgenesis-vrij
geteste Reu in Nederland) het druk gehad de afgelopen maand. Ben benieuwd wie er ook gaat testen, misschien
kunnen we dan meer reuen gebruiken en het "gonioverhaal" wel in de kiem smoren en zullen we nooit glaucoomogen bij de cockers zien.
Een cocker moet volgens de rasstandaard een flinke hoofd hebben: een soort kop als een Volvo (zo'n ouderwetse), niet zo'n kort afgeslagen
koppie, maar een flinke hersenpan waar al die hersenen goed inpassen. Wat je tegenwoordig ziet is dat cockers aan de achterkant van die
afgekapte koppies hebben. Door die te korte schedels zou het zomaar kunnen dat we net als bij de Caveliers problemen kunnen krijgen
dat de hersenen niet in de schedel passen met het gevolg Syringomyelia. Dat wens je geen enkele hond toe.
Sinds een tijdje zijn de sable-cockers IN, hip: iedereen wil een sable cocker. Vroeger werden ze afgeschoten omdat het een ongewenste
kleur was maar nu wil iedereen zo'n meekleurende hond. Op zich is daar natuurlijk niks mis mee: mode is van alle tijden. Nu is het
nadeel dat alle sables gefokt zijn uit maar twee sables. Jammer genoeg waren deze 2 sables niet alleen maar drager van die kleur, maar
ook van epilepsie. Een ziekte die bij de tegenwoordige cockers was uitgefokt maar dankzij deze sables weer helemaal van deze tijd is
(lang leven de mode). Het Cocker Spaniël Breed consul in Engeland heeft besloten om die kleur geen stamboom meer te geven .Op dit
moment is het aan de Kennelclub om de standaard aan te passen. Dus de Scandinavisch Keurmeesters hadden toch gelijk.
Niet keuren diskwalificeren.
Al jarenlang komen er bij de cockers hermafrodieten voor. Jaren en jaren geleden sprak ik in Engeland met een heel bekende fokker
die openlijk toegaf dat zijn zeer bekende dekreu verschillende hermafrodieten gegeven heeft. Nee, deze reu is niet uit de fok gehaald:
hij gaf namelijk zulke mooie puppen zodat fokkers tegenwoordig nog steeds terugfokken op deze hond omdat hij zo mooi was.
Met als gevolg..ja...je raad het al....
Wat is een stamboom voor een fokker???
Een ras bestaat door het registreren van een afstamming van een individu. Laten we er van uit gaan dat het over een Cocker Spaniel gaat.
Toen dit ras gemaakt werd werden daar alle soorten honden voor gebruikt om te krijgen wat die personen vonden dat de bedoeling zou
zijn om een Cocker Spaniel te maken uit het voorhanden fokmateriaal . Het moest een goede werkhond zijn, bij de cocker wilden ze dat hij jachtaanleg
had, goed naar de aanwijzingen luisterden en kijken wat zijn baas van hem wilden, makkelijk kon bewegen in het terrein waar
hij voor gebruikt moest worden zoals lage bossen en struiken. Want daar zat het wild in wat de jager wilden gaan schieten.
Om dat te perfectioneren werden dus uit verschillende honden de beste keuzes gehaald en met elkaar gepaard om vast te leggen wat de
wensen waren van de jager die zo`n soort hondje zocht. Van die hondjes die natuurlijk een naam hadden, je moest ze tenslotte kunnen commanderen,
zijn ze de namen op gaan schrijven daar werd mee naar keuringen gegaan om ze te vergelijken. Op die keuringen werd dan
de beste functionerende Cocker Spaniel uitgekozen die dan werd gebruikt om daar weer mee te fokken. Op bouw werd niet zo erg streng gelet.
Dat kwam later toen werd er een ‘standaard’ gemaakt. Een standaard van een ras is een raamwerk waar in die hond moest passé: bijvoorbeeld
hoogte / lengte / gangwerk. Een cocker is een draver dus GEEN hond die gebouwd was al een windhond dat is een galoppeerder. Nee, een sterk
stevig hondje dat de hele dag mee het veld in moest en de bosjes in ging en ook graag het werk wilden doen wat de jager wilden.
Geen hond die over de bosjes en struikgewas sprong. Maar er in ging, want daar zat het wild dat hij uit moest ‘stoten’. Een hond was niet
zonder functie. Zelfs een schoothond had een taak, die moest aantrekkelijk voor de vlooien zijn, zodat ze er die af konden vangen. Die werd
bij een chique dame op schoot gezet en daarna ontvlooit want daar verrekte ze van.
En nu de stamboom van ons ras. Omdat het wel makkelijk was om op te schrijven welke cockers de beste resultaten gaven om het werk
te doen en om die dan te gebruiken om nakomelingen van te gebruiken, ontstond het eerste afstammingsbewijs. Dat werd dan geregistreerd
in het land van oorsprong. Dat was voor de Cocker Spaniel: Engeland. Vandaar Engelse Cocker Spaniel. Er werd naar keuringen gegaan, de
standaard aangepast al naar gelang er langer mee gefokt werd en vonden dat het beter kon. Op een gegeven moment werden er geen andere
rassen meer gebruikt om de cocker te verbeteren of aan te passen. Dan krijg je een gesloten stamboek dan is er genoeg fokmateriaal om te gebruiken.
Zoals ook bijvoorbeeld met andere dierenrassen. Eigenlijk zou je die dus niet meer hoeven te keuren, maar kan je al deze cockers gebruiken.
Maar om naar het meeste ideaal beeld te blijven fokken werd dit wel gedaan. En nu nog!
Maar dan begint het gedonder. De keurmeesters die niet eens weten wat er van een jachthond word verlangd, die niet eens weten wat een pijl
en boog is of een jachtgeweer: “Die gaan op schoonheid keuren en dan gaan de rassen naar de verdommenis”. Maar ze hebben wel een
stamboom en op de functie aaibaar vlooien vangbaar werd goed gelet. We hebben een gesloten stamboek waar we niks meer in kunnen
halen en de hondenshows maken de standaard, gekeurd door keurmeesters die vinden dat een te stijl voorhandje toch wel de indruk geeft,
dat we een kort compact hondje hebben. Maar onder die berg haar zit er een scharminkel dat totaal geen lijf meer heeft lief koppie met
smeltende ogen smekend om op schoot te mogen om de vlooien te vangen, zodat ze nog wat te doen hebben al is dat het wild niet waar
ze voor gefokt zijn. En het past nog steeds in het raamwerk Tot het te extreem word, zodat er meer vastgelegde afwijkingen voor komen.
Dat word dan het einde van ons ras met stamboom. Dat is waar sommige keurmeesters aan het klussen zijn. Beter maken kunnen ze het
niet wel mooier. De foklijnen worden steeds kleiner dus inteelt steeds groter.Fokkers zijn heel snel geneigd om met honden met mooie
of goede gedragseigenschappen te gaan fokken om gewenste eigenschappen te behouden voor het ras.
Wat fokkers zich vaak niet realiseren is dat met het selecteren op deze ZEER gewenste eigenschappen er altijd ook ongewenste eigenschappen
worden ingebracht met extreme gevolgen voor het ras.
Wat de fokker zich niet realiseerden is dat wanneer een procent van alle honden lijder is aan een ernstige afwijking dit betekent dat minstens
twintig procent van de honden in het ras drager is. Het zo maar negeren van een afwijking, omdat deze slechts in een klein aantal honden
voorkomt is om die reden gevaarlijk. Er zijn talloze voorbeelden van erfelijke afwijkingen die zich snel door ons ras de Cocker verspreid hebben,
zoals op dit moment hermafrodiet en JRD. We hebben daar geen DNA voor zoals voor PRA en FN testen dus weten we omdat zij door de lage
frequentie van lijders niet serieus werden genomen bij de fokkers niet wat voor de fokkerij uitgesloten moet worden. Het is lastig om zo een
genetisch defect weer uit te bannen. Je zou er voor moeten kiezen om niet meer te fokken met lijders aan een ziekte, nog beter is het de
ouders ook uit de fok te halen het zou dan in een tiental generaties het aantal lijders tot een minimum beperkt kunnen worden.
Bij Cockers heb je het met een tiental generaties over zo`n minimaal vijftig jaar. Dit geeft aan dat we ons moeten richten op voorkomen,
want uitbannen is onmogelijk. Geweldig dat er voor sommige afwijkingen DNA testen zijn zoals voor PRA en FN, dan kan je alle honden met
de afwijkingen, waar die testen voor zijn, in de fok houden als je maar niet met twee dragers of lijder met drager fokt. Je kan met behoud
van een hele hoop” Fokmateriaal “ Cockers en genen fokken het enige probleem is als je dan nog flink inteelt en de afwijkingen die je niet kunt
zien en niet kan testen niet uit schakelt. Dan heb je een probleem dat komt pas voor de dag als het te laat is.
Fokkers gebruiken vaak de termen als inteelt, lijnteelt en outcross.
Inteelt is voor de fokker een kruising tussen nauwe familieleden, bijvoorbeeld een broer - zus combinatie. Je snapt dat dit niet goed is voor
de genenpool, maar realiseert u zich dat al onze Cockers zijn ontstaan uit inteelt. Het was de manier om gewenste eigenschappen in onze cocker
te krijgen zoals Jachteigenschappen zonder dat men zich realiseerde dat samen met die eigenschappen ook genen werden vererfd die nu onze
Cockers in gevaar kunnen brengen.
Lijnteelt is voor de fokker een begrip om honden te kruisen die ergens in de lijnen aan elkaar verwant zijn maar niet direct familieleden van
elkaar zijn. Deze manier van fokken wordt veel gedaan om gewenste eigenschappen te behouden of terug te fokken het is de basis voor het
behoud van heel erg veel eigenschappen die de Cocker uniek maken. Wat tegenwoordig regel onder fokkers is
Outcross is een kruising tussen honden die niet aan elkaar verwant zijn. In de meeste rassen is de genenpool zo klein dat outcross eigenlijk
niet meer bestaat. Bij de Cockers bijvoorbeeld zijn altijd ergens terug in de lijnen wel honden te vinden die aan elkaar verwant zijn dat is
niet te voorkomen, maar moet wel goed gestuurd worden en zo laag mogelijk gehouden worden. Nog steeds zijn er fokkers die denken door
inteelt niet alleen goede genen te behouden maar ook dat zij door selectief inteelt toe passen in een ras genetische afwijkingen weer kunnen
laten verdwijnen. Dit is een grote fout. Nog steeds groeit het aantal nieuwe genetische afwijkingen bij honden door inteelt.
Je haalt er één afwijking uit maar je krijgt er andere voor terug.